De eerste vraag die bijna iedereen stelt bij een thuisbatterij gaat over de capaciteit. Heb je 5 kWh nodig, 10 kWh, of toch maar wat meer voor de zekerheid? Logisch dat die vraag als eerste komt, want de capaciteit bepaalt voor een groot deel de prijs. Het antwoord hangt alleen minder af van je jaarverbruik dan de meeste mensen denken, en veel meer van wat je op één avond uit het stopcontact trekt.
Begin bij wat je ’s avonds verbruikt
Een gemiddeld Nederlands huishouden verbruikt ongeveer 2.400 kWh stroom per jaar, zo’n 6,7 kWh per dag. Dat getal zegt weinig over de maat van je batterij. Wat telt is het deel van je verbruik dat valt op momenten dat je zonnepanelen niets meer opleveren, dus grofweg vanaf het eind van de middag tot de volgende ochtend. Voor de meeste huishoudens ligt die avond- en nachtpiek ergens tussen de 3 en 7 kWh.
Vaak schatten mensen hun verbruik hoger in dan het in werkelijkheid is. Wil je het zeker weten, kijk dan een week lang in de app van je slimme meter of je energieleverancier naar je verbruik tussen 17.00 en 08.00 uur. Doe dat één keer in het voorjaar en één keer in november, want het verschil tussen de seizoenen is fors.
Wat opwek, warmtepomp en auto met de rekensom doen
Naast je verbruik bepaalt je opwek hoeveel er überhaupt valt op te slaan. Met acht tot twaalf panelen houd je op een zonnige dag al snel 5 tot 10 kWh over die nu grotendeels het net op gaat. Ga je een thuisbatterij kopen, dan loont het om die twee cijfers eerst naast elkaar te leggen, je overschot op een gemiddelde dag en je verbruik in de uren daarna. De kleinste van de twee bepaalt wat een batterij in de praktijk voor je kan doen.
Heb je een warmtepomp of laad je een elektrische auto thuis, dan verandert het plaatje. Je verbruik schuift dan verder de avond en de nacht in en loopt in de koude maanden flink op. In dat geval is 10 kWh vaak logischer dan 5 kWh. Woon je in een rijtjeshuis, kook je op inductie en heb je geen auto aan de laadpaal, dan blijft er van een grote batterij een groot deel van het jaar capaciteit ongebruikt.
Groter is niet automatisch beter
Een ruime batterij voelt als de veilige keuze, maar capaciteit die je nooit volmaakt levert niets op. Je betaalt er wel voor. En omdat een batterij gemiddeld maar één laadcyclus per dag draait, verdien je de extra kWh’s ook niet sneller terug. Let daarom naast het aantal kWh op een paar punten die net zo hard meetellen.
- Het laad- en ontlaadvermogen in kW, want dat bepaalt of je een piek in je verbruik echt kunt opvangen
- Het rendement, oftewel hoeveel van de opgeslagen stroom je daadwerkelijk terugkrijgt
- De garantie, uitgedrukt in jaren én in het aantal laad- en ontlaadcycli
- Of het systeem modulair is, zodat je later kunt uitbreiden als je verbruik stijgt
- Je aansluiting thuis, want 1-fase en 3-fase stellen andere eisen aan het vermogen
Die specificaties staan meestal gewoon op de productpagina van de fabrikant, bijvoorbeeld bij Sessy, waar de units van 5 en 10 kWh met vermogen en cyclusgarantie naast elkaar staan. Vergelijk ze net zo serieus als de prijs. Een goedkopere batterij die niet bij je verbruikspatroon past, is uiteindelijk duurder dan een iets duurdere batterij die dat wel doet.
De maat kiezen die bij je past
Kies je capaciteit op basis van je avondverbruik, je overschot en de apparaten die je de komende jaren gaat gebruiken. Twijfel je tussen twee maten, reken dan een keer door wat de grootste van de twee in jouw situatie extra oplevert. Vaak is dat minder dan verwacht, en dan is de kleinere batterij gewoon de betere keuze.
