In de afgelopen jaren is er veel gesproken over de kosten van elektrisch rijden en rijden op benzine. De prijzen van energie schommelen en de regels van de overheid veranderen snel. Daarom is het lastig om een duidelijk antwoord te geven op de vraag: wie wint de strijd om je portemonnee? De elektrische auto of de benzineauto?
Het antwoord is verrassend en hangt af van verschillende dingen, zoals de prijs van de auto, hoeveel kilometers je rijdt en hoe je de auto oplaadt. Autoplatform DPP zocht het uit.
Stroom vs benzine
De grootste kostenpost van autorijden is de brandstof of stroom. Een gemiddelde benzineauto verbruikt ongeveer 6 tot 8 liter per 100 kilometer. Met de benzineprijs van ongeveer €2 per liter kost dat tussen de €12 en €16 per 100 kilometer. Dit verbruik kan echter verbeterd worden door een goed onderhouden auto, wat je bijvoorbeeld kan doen met deze injector cleaner benzine waarmee de motor optimaal presteert en het verbruik omlaag gaat.
Een elektrische auto is veel zuiniger. Die verbruikt gemiddeld 15 tot 20 kWh per 100 kilometer. De kosten hiervoor hangen af van waar je oplaadt. Thuis opladen is het goedkoopst, met prijzen van €0,25 tot €0,40 per kWh. Dit maakt de ritprijs €3,75 tot €8 per 100 kilometer. Dat is een stuk minder dan de kosten voor benzine.
Opladen bij een openbare laadpaal is duurder, soms meer dan €0,60 per kWh. De kosten per 100 kilometer kunnen dan stijgen tot €9 tot €12. Bij snelladers kunnen de prijzen nog hoger zijn. Toch wint de elektrische auto overduidelijk de strijd, zeker als je thuis kunt opladen.
Een duidelijke winnaar?
De kosten van een auto zijn natuurlijk meer dan alleen de brandstof. Denk ook aan wegenbelasting en onderhoud. Wat wegenbelasting betreft, heeft de elektrische auto nog voordelen. De belasting wordt stap voor stap ingevoerd, wat de elektrische auto tijdelijk voordelig maakt. Dit voordeel zal uiteindelijk verdwijnen als de tarieven gelijk worden aan die van benzineauto's.
Bij onderhoud is de elektrische auto in het voordeel. Een elektrische auto heeft veel minder bewegende onderdelen, zo ontbreekt de versnellingsbak, uitlaat, bougies of motorolie. Dit zorgt voor lagere onderhoudskosten, waardoor je al snel honderden euro's per jaar bespaart.
Ook slijten de remblokken en schijven minder snel door het remsysteem dat energie terugwint. De banden van een elektrische auto slijten wel wat sneller door het zwaardere gewicht.
Totale kosten
Uiteindelijk is het belangrijk om te kijken naar de totale kosten over de hele levensduur van de auto. Dit zijn de aankoopprijs, de kosten voor brandstof, wegenbelasting, verzekering en onderhoud. De aankoop van een elektrische auto is meestal hoger dan die van een benzineauto, al wordt dat verschil steeds kleiner.
Voor mensen die veel kilometers rijden, verdien je deze hogere prijs sneller terug door de lagere kosten onderweg. Het omslagpunt, het moment waarop een elektrische auto goedkoper wordt, ligt gemiddeld rond de 15.000 tot 20.000 kilometer per jaar.
In de strijd om de laagste kosten per kilometer lijkt de elektrische auto voor de meeste mensen de winnaar. De lagere brandstof- en onderhoudskosten wegen op de lange termijn op tegen de hogere aankoopprijs, vooral als je veel rijdt.
